15e en 16e eeuwIn 1429 kreeg de stad het tolrecht. Het laat-middeleeuwse Haarlem kende textielnijverheid, scheepsbouw en veel bierbrouwerijen. De welvaart werd nadelig beïnvloed door de Hoekse en Kabeljauwse Twisten, de Opstand van het Kaas- en Broodvolk en de Tachtigjarige Oorlog. Toch was Haarlem aan het begin van de 16e eeuw één van de zes grootste Hollandse steden met elk meer dan 10.000 inwoners (de andere waren Leiden, Amsterdam, Dordrecht, Delft en Gouda). In 1573 viel de vesting na een maandenlange Spaanse belegering door Don Fradrique Alvarez de Toledo (Don Frederick), zoon van de gevreesde Hertog van Alva. In 1577 vertrokken de Spanjaarden en werd het Akkoord van Veere gesloten, waarin protestanten en katholieken gelijke rechten kregen. Vlaamse en Franse immigranten bezorgden de stad een nieuwe bloeiperiode (linnennijverheid). 17e en 18e eeuwDe bevolking van Haarlem groeide tot 40.000 inwoners in 1622 en 55.000 inwoners aan het einde van de 17e eeuw, waarmee Haarlem na Amsterdam en Leiden de derde stad in grootte was van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1631 werd Haarlem met Amsterdam verbonden via de trekvaart. Het systeem van trekvaarten en trekschuiten gaf Holland in de 17e eeuw een voor die tijd zeer efficiënt transportsysteem. Net als in Leiden, geraakte in Haarlem de textielnijverheid in de 18e eeuw ernstig in verval. Tegen 1800 was het inwonertal teruggevallen tot ongeveer 20.000. In 1658 stichtte de Hollander Peter Stuyvesant Nieuw Haarlem aan de oostkust van Noord-Amerika. Later ging dit als de wijk Harlem deel uitmaken van de stad New York. 19e en 20e eeuwIn de 19e eeuw eeuw werden de vestingwerken gesloopt en vervangen door plantsoenen (Zocher). In 1839 reed de eerste Nederlandse trein tussen Haarlem en Amsterdam. In 1843 werd de spoorlijn verlengd naar Leiden. Toen in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland werd hersteld (zie: Aprilbeweging), werd Haarlem bisschopszetel. Tussen 1895 en 1930 werd er aan de rand van de oude binnenstad een nieuwe kathedraal gebouwd, in neo-Byzantijnse stijl, de Kathedrale Basiliek Sint Bavo. Architect was Jos Cuypers, zoon van de beroemde Pierre Cuypers. In 1927 werd de gemeente Schoten deel van Haarlem. Na de uitvinding van de boekdrukkunst, die vroeger aan de Haarlemmer Laurens Janszoon Coster werd toegeschreven, kreeg Haarlem een blijvende reputatie als drukkersstad. Later is daar een reputatie als schrijversstad bijgekomen: veel bekende schrijvers zijn er geboren, of werkten er (Hildebrandt, Lodewijk van Deyssel, Louis Ferron e.v.a.).
SchilderkunstHaarlem is daarnaast al eeuwenlang een typische schilderstad geweest. De stad was op dit gebied in de Noordelijke Nederlanden zelfs toonaangevend, en grotendeels belangrijker ook dan Amsterdam, in de jaren 1580-1630. Maar reeds in de middeleeuwen kende Haarlem belangrijke schilders, zoals Geertgen tot Sint Jans en Jan Mostaert. In de eerste helft van de 16de eeuw waren er enkele op de middeleeuwen georiënteerde schilders zoals Jan Mandijn, die Jeroen Bosch-achtige taferelen schilderde. Daarnaast betraden enkele kunstenaars het toneel die niet alleen zeer getalenteerd waren, maar ook internationaal georiënteerd: Jan van Scorel en zijn leerling Maarten van Heemskerck. Hun schilderijen laten zien hoe de Hollandse schilderkunst zich geleidelijk moderniseerde, onder invloed van de Italiaanse renaissance. Zij schilderden naar Italiaans voorbeeld bijbelse en mythologische verhalen. In de tweede helft van de 16de eeuw waren er drie schilders die opvielen: Cornelis Cornelisz van Haarlem, Hendrick Goltzius en Karel van Mander. Samen vormen zij de ?Haarlemse School? en worden wel de Haarlemse maniëristen genoemd. Zij volgen de ontwikkelingen in Italië (en ook elders) en schilderden in de maniëristische stijl. Op hun vaak grote schilderijen beelden ze thema?s uit de bijbel en de klassieke mythologie uit. Kenmerkend voor deze schilderijen zijn de virtuoos geschilderde naakten, die in soms wonderlijke houdingen blijk geven van grote elasticiteit. Vanaf het einde van de 16de eeuw trad er een grote verandering op in de Haarlemse schilderkunst. Er ontstonden diverse nieuwe soorten schilderijen: visstillevens, bloemstillevens, ?tronies?, zeegezichten, duinlandschappen, winterlandschappen, stadsgezichten, boerenkermissen en zo voort. Niet zelden werd in deze schilderijen een zedenles verwerkt: ?aardse rijkdom is vergankelijk? of: ?overdaad schaadt?. Dergelijke boodschappen werden overgebracht door middel van symbolen, zoals schedels en verwelkte bloemen, al of niet in combinatie met kostbaarheden. Deze nieuwe richting in de kunst, typerend voor de Gouden Eeuw, had te maken met politieke, economische en godsdienstige ontwikkelingen. De Republiek was officieel protestants. De Rooms-katholieke kerk was als opdrachtgever zo goed als verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen de burgers; rijk geworden in de handel, kochten zij op grote schaal schilderijen. Deze nieuwe opdrachtgevers vroegen om schilderijen op ?huiskamerformaat? met herkenbare voorstellingen. Kunstenaars pasten het formaat en de onderwerpen van hun schilderijen aan aan de smaak van hun nieuwe klanten. In deze periode, waarbij de Haarlemse kunstenaars voorop liepen, ontstonden veel nieuwe typen schilderijen. Door zich te specialiseren in één of enkele van deze genres wisten de Haarlemse schilders een ongekende artistieke vlucht te maken. Enkele beroemde voorbeelden zijn: de portretten van Frans Hals, de duinlandschappen van Jacob van Ruisdael, de pronkstillevens van Pieter Claesz, en de kerkinterieurs van Pieter Saenredam. Het Frans Hals Museum bezit van deze kunst vele voorbeelden. In de eeuwen daarna zou Haarlem op artistiek gebied nog doen spreken met, onder meer, diverse kerkelijke kunstenaars van formaat (Han Bijvoet, de beeldhouwers Maas), de impressionist Kees Verwey, en de kunstacademie Ateliers 63.
Bekende bouwwerken en locaties* Amsterdamse Poort * Grote of Sint-Bavokerk * Grote Markt van Haarlem * Oude stadhuis * Haarlemmerhout * Kathedrale Basiliek Sint Bavo * Provinciehuis * Koepelgevangenis * Waag van Haarlem * Stedelijk Gymnasium Haarlem * Teylers museum (het oudste openbare museum van Nederland) * Molen De Adriaan * Het Dolhuys, het eerste landelijke psychiatriemuseum * stationsgebouw van Haarlem, (Art Nouveau), een ontwerp van architect D.A.N. Margadant * Patronaat (poppodium) |